- De Goddelijke Stem (door één van 'de twee luisteraars', uit deel 1)

In het najaar van 1932 zat ik in de lounge van een hotel, toen een gast, die ik helemaal niet kende, op mij toekwam en mij een exemplaar overhandigde van 'For Sinners Only' (Alleen voor Zondaren), met de vraag of ik het gelezen had. Ik antwoordde 'nee' en zij liet het bij mij achter. Toen ik naar huis terugkeerde, kocht ik een exemplaar voor mijzelf.
Ik werd bijzonder getroffen door dit boek en in mij kwam het verlangen op, dat al mijn vrienden het dadelijk zouden lezen. Ik maakte meteen een lijst op van meer dan honderd mensen, aan wie ik het wel had willen sturen. Maar omdat ik onbemiddeld was, moest ik mij tevreden stellen met twee exemplaren, die ik aan verschillende mensen uitleende, op wie het echter weinig indruk scheen te maken.
Enige maanden later las ik het nog eens. Toen kwam er een blijvend verlangen in mij op om te zien of ik leiding van God zou kunnen ontvangen door stille tijd te houden met de vriendin, met wie ik toen samenwoonde. Zij was een vrouw met een diepgaand geestelijk leven, met een onwankelbaar geloof in de goedheid van God en een innig geloof in de waarde van het gebed, hoewel haar leven niet gemakkelijk was geweest.
Ik stond er nogal sceptisch tegenover, maar toen zij toestemde gingen wij zitten, papier en potlood bij de hand, en wachtten. Dat was in december 1932.
Mijn resultaten waren volkomen negatief. Tekstgedeelten kwamen en gingen en dan dwaalde mijn geest af naar gewone onderwerpen. Ik zette mij er steeds weer toe, maar zonder resultaat. Tot op heden ben ik niet in staat op deze wijze leiding te ontvangen.
Maar bij mijn vriendin gebeurde iets heel wonderlijks. Vanaf het begin ontving zij prachtige boodschappen en sedertdien is er geen dag voorbijgegaan, waarop wij geen boodschap kregen.
Wij voelden ons hoogst onwaardig en overweldigd door het wonder van dit gebeuren, en konden ons nauwelijks voorstellen, dat we dag in dag uit door HEM persoonlijk werden onderricht, getraind en bemoedigd, terwijl miljoenen mensen, die er meer voor in aanmerking kwamen, tevreden moesten zijn met leiding uit de Bijbel, preken, hun kerken, boeken en andere bronnen.
Wij waren beslist niet op een of andere wijze paranormaal begaafd of geestelijk bijzonder gevorderd, maar slechts heel gewone mensen, die meer lijden en zorg hadden gekend dan de meesten en die de ene tragedie na de andere hadden beleefd.

Wanneer wij sommige boodschappen van onze Heer intens begrepen, dan brak ons hart soms bijna van verdriet: maar Zijn liefdevolle terechtwijzingen zouden geen pijn nalaten.
Altijd, en wel dagelijks, drong Hij erop aan, dat wij voor Hem kanalen zouden zijn om liefde, vreugde en een lach te brengen in Zijn gebroken wereld. Dit was de Man van Smarten in een nieuw aspect.
Wij - of eigenlijk ik - vonden het heel moeilijk deze opdracht te gehoorzamen, ofschoon het voor anderen misschien gemakkelijk zou zijn geweest. Lachen, anderen bemoedigen, altijd blij zijn, terwijl de dagen vol leed en pijn waren en de nachten een kwelling door chronische slapeloosheid, wanneer armoede en bijna ondragelijke zorgen ons dagelijks deel waren, als gebeden onverhoord bleven en Gods aangezicht bedekt was en nieuwe rampen over ons kwamen?
Toch werd ons steeds weer opgedragen om lief te hebben, te lachen en vreugdebrengers te zijn in de levens, waarmee wij contact kregen. Ontmoedigd zou een van ons graag de strijd hebben opgegeven om naar een ander en gelukkiger leven over te gaan.
Maar de Heer bemoedigde ons dagelijks door te zeggen, dat Hij de instrumenten, die Hij wilde gebruiken, niet zou breken, dat Hij het metaal niet langer in de smeltkroes zou laten dan nodig was om de onzuiverheid te verwijderen. Voortdurend spoorde Hij ons aan de moed niet te verliezen en sprak over de blijdschap, die ons in de toekomst te wachten stond.

Wij ontvingen een volkomen onverwachte uitleg van Zijn eigen woorden.
Tot nu toe hadden wij het verkeerde idee gehad, dat de Heer Zijn openbaringen slechts aan de heiligste en meest beproefde mensen gaf, maar nu zagen wij, dat enorme kracht werd gegeven aan twee zielen, die in nauwe verbondenheid met elkaar baden en die één waren in hun begeerte om God lief te hebben en Hem te dienen. Zoals het voorbeeld van anderen heeft aangetoond, 'kan een dergelijke eenheid in Gods hand zulke grote dingen tot stand brengen, dat er ongetwijfeld vijandelijke machten zullen opdagen, met de bedoeling de vriendschap te verstoren'. En zo hebben wij het ook ervaren. Sommige boodschappen zijn van een verrassende schoonheid. De majestueuze taal van 2 december, het onontkoombare lijden van de christen van 23 november en de uitleg van 5 december hoe de wet der voorziening in de praktijk werkt, zijn daar voorbeelden van.
Andere boodschappen lijken misschien onsamenhangend. Dat komt omdat persoonlijk toespelingen en herhalingen weggelaten moesten worden.
Daarom is dit boek voor ons, die geloven dat het door de leiding van de Heer zelf tot stand kwam, geen gewoon boek.
Het werd, na veel gebed, uitgegeven om te bewijzen, dat de levende Christus ook heden nog spreekt, plannen maakt en de nederigsten leidt, dat geen onderdeeltje te onbeduidend is om Zijn aandacht te hebben, dat Hij Zichzelf nu en altijd openbaart als de Nederige Dienaar en de Koninklijke Schepper.

ALS TWEE EENPARIG ZIJN

Als twee van u op de aarde
iets eenparig zullen begeren,
zal het hun ten deel vallen
van Mijn Vader, die in de hemelen is.

Want waar twee of drie
vergaderd zijn in Mijn naam,
daar ben Ik in hun midden.

(Mattheüs 18:19,20)